Academieprogramma
Het academieprogramma fase 1 bestaat uit acht lesdagen en vier werkbesprekingsdagen.De lesdagen worden steeds meer gekoppeld aan het eigen werk van de student. De nadruk wordt gelegd op persoonlijke visie.
Het academieprogramma fase 2 bestaat uit zes lesdagen en zes werkbesprekingsdagen. In het lesprogramma stelt de student de opdrachten tijdens de les in dienst van het eigen werk. Iedere student maakt gedurende dit jaar een scriptie over een door hem/haar gekozen onderwerp uit kunst of cultuur.
Het academieprogramma fase 3 bestaat uit vijf werkbesprekingsdagen waarbij uitsluitend eigen werk en de reflectie daarop centraal staan.
Bij elke overgang wordt bekeken of de student door kan stromen naar het volgend studiejaar.
Fase 1
Waar in het basisprogramma de nadruk ligt op een brede, meer algemene ontwikkeling, staat in het programma van fase 1 het onderzoek naar de relatie tussen vorm en inhoud centraal.
De studenten ontwikkelen een eigen thema. Het thema is de visie van de maker, die als een rode draad door het werk loopt. Het is iets dat zich vanuit het werk kan aandienen en dat bepaalt op welke wijze er met ‘onderwerpen' omgegaan kan worden. De formele en technische aspecten van de gemaakte werken zijn onlosmakelijk verbonden met de thematiek en kunnen er zelfs het hoofdbestanddeel van uitmaken.
In de acht lessen komt aan de orde hoe je een eigen thema onderzoekt, kiest en uitbouwt in samenhang met de beeldende oplossingen die je vindt. De startpunten van de lessen zijn veelal formeel, maar iedere keer komt daarna de vraag aan de orde wat de consequenties van formele beslissingen voor de inhoud en lading van een kunstwerk zijn.
De vier werkbesprekingen in fase 1 zijn gericht op het toetsen van het eigen thema in samenhang met het werkproces.
Overgang fase 1 naar fase 2
De docenten brengen tijdens de laatste werkbespreking van het studiejaar een positief of negatief studieadvies uit over de overgang naar fase 2. Dit advies is gebaseerd op de uitkomst van minimaal drie docentenvergaderingen, waar het functioneren van de student in de les en de waardering van het in de werkbesprekingen getoonde werk geëvalueerd wordt. Tijdens de laatste werkbespreking wordt de student van dit advies op de hoogte gebracht. Bij een negatief advies kan de student het studiejaar nog eenmaal volgen. In geval van twijfel bestaat de mogelijkheid een definitief oordeel tot na de zomervakantie uit te stellen en de student de mogelijkheid te geven zijn werk te verbeteren.
Fase 2
In de zes lessen van fase 2 wordt dieper ingegaan op de inhoud van het werk en de lessen
worden zo ingevuld dat iedere student binnen het kader van de lesopdracht een eigen invulling kan geven aan de lesdag: zowel technisch als inhoudelijk. De begeleiding in de lessen is er op gericht de studenten een persoonlijke manier van beelden maken te laten ontwikkelen, en de studenten zelfstandig te leren werken. In fase 2 zijn er tevens zes werkbesprekingen, waarin de ontwikkeling van het eigen werk kritisch gevolgd wordt.
Aan het einde van het jaar wordt bekeken of de studenten klaar zijn voor het eindexamenjaar. (fase 3). In fase 2 beginnen de studenten ook aan hun scriptie. In de scriptie verdiepen de studenten zich in een voor hun werk relevant onderwerp of in een paar kunstenaars. Ze kiezen voor kunstenaars die hen inspireren en wiens werk verwant is met dat van hun. De studenten analyseren hun werk en spiegelen zich aan deze kunstenaars. Zo is de scriptie voor de studenten ook een middel om te bepalen waar zij zelf staan als kunstenaar, en om te formuleren wat dat inhoudt.
Overgang fase 2 naar fase 3
Voorafgaand aan de laatste les in fase 2 brengen alle docenten hun advies uit over het werk van de student en ook over het functioneren van de student in de les. Naar aanleiding van dit gesprek stelt de coördinator een evaluatierapport samen. Dit rapport wordt tijdens de laatste les voorgelezen en heeft als doel de stand van zaken van dat moment te benoemen. Studenten hebben dan nog de mogelijkheid alle zeilen bij te zetten tot de laatste werkbespreking. Tijdens die laatste werkbespreking toetsen de twee betreffende docenten het meegebrachte werk en bekijken of er reden is het eerdere advies te herzien. Bij een negatief studieadvies is het mogelijk het jaar over te doen.
Fase 3
Fase 3 bestaat uit vijf werkbesprekingdagen waarbij uitsluitend eigen werk en de kritische reflectie daarop centraal staan, en aansluitend daarop de eindpresentatie. In de laatste werkbespreking wordt met de docenten werk geselecteerd voor de eindpresentatieIn fase 3 wordt er ook aandacht geschonken aan het schrijven van een tekst over het eigen werk , het documenteren ervan en aan het maken van een representatieve portfolio. De eindpresentatie vind plaats in een tentoonstellingsruimte buiten de school. Deze tentoonstelling wordt samen met de begeleidende docenten zorgvuldig ingericht en de studenten verzorgen zelf de uitnodigingskaart en de begeleidende tekst. Bij de vernissage van de eindpresentatie ontvangen de studenten het certificaat waaruit blijkt dat zij de Nieuwe Academie met succes doorlopen hebben.
Deelname eindpresentatie
Het vijfde jaar wordt afgesloten met een eindpresentatie.Twee docenten begeleiden de eindpresentatie. Pas in januari wordt definitief besloten wie voor een eindpresentatie in aanmerking komen. Gelet wordt dan op materiaalbeheersing, artistieke visie, het vermogen tot zelfkritiek en op hoe de student zich ontwikkeld heeft. Mochten de begeleidende docenten een negatief advies uitbrengen over deelname aan de eindpresentatie dan blijft de student dat jaar doorwerken en wordt het vijfde jaar overgedaan. Op de laatste werkbespreking vóór de eindpresentatie wordt het werk door de twee begeleidende docenten en de desbetreffende student geselecteerd. De studie wordt afgesloten met het uitreiken van een certificaat.


