Basisprogramma
Het basisprogramma bestaat uit de vakken tekenen, schilderen en ruimtelijk 1 en mixed media, die verdeeld worden over twee jaar. Per jaar is dit een combinatie van twee vakken.
Het programma bestaat uit tien lesdagen en drie werkbesprekingdagen.
Aan het einde van het basisprogramma wordt getoetst of de student door kan stromen naar het Academieprogramma. Gelet wordt op ontwikkeling, visie, werkhouding en materiaalbeheersing.
Basisprogramma korte inhoud
Tekenen Anne Marie Spijker
Tekenen is een snelle, schetsmatige, onderzoekende handeling, waardoor de beelden intuitief en direct ontstaan. Deze karakteristiek van het tekenen wordt in de lessen uitgebreid aan de orde gesteld. Naast de proces-matige werkwijze wordt ingegaan op de formele en inhoudelijke aspecten van het beeld.
Ruimtelijk 1 Guda Koster
Een beeld is een vorm in de ruimte. Bij het maken van een beeld komen aspecten als maat, verhouding, licht-donker, plasticiteit etc. aan de orde. De keuze van de vormen, materialen en technieken die je maakt, is ook van invloed op de betekenis van het beeld.
Schilderen Joop Stolk
Onderzoek naar de beeldende mogelijkheden van het schilderen. De expressiviteit van verf als materie, de wijze van schilderen en het kleur- gebruik. Deze aspecten worden drager van de betekenis van het beeld en als dusdanig in de beschouwingen van werkstukken betrokken.
Mixed media Jos van Gessel
In deze lessen streven we niet alleen naar het maken van een vorm in de ruimte. In elke les komt een ander vertrekpunt aan bod: een registratie, een actie, het lichaam. Met behulp van een formeel onderzoek van de beeldaspecten wordt naar de betekenis / inhoud van het beeld toegewerkt. Het eindproduct kan bijvoorbeeld een object, een fotowerk, een film of een installatie zijn.
Werkbesprekingen
Elk studiejaar bestaat uit een combinatie van 10 lesdagen en 3 werkbesprekingdagen. Naarmate het studieprogramma vordert worden de werkbesprekingdagen belangrijker. Door twee docenten wordt het thuis gemaakte werk kritisch besproken. Dit gebeurt in groepsverband.
De studenten krijgen vooraf een schema waaruit blijkt op welk tijdstip hun werk besproken wordt. De werkbespreking gebeurt in aanwezigheid van alle studenten van de groep, deze dienen dan ook aanwezig te zijn. In het basisprogramma zijn het de twee docenten, waarvan de student les heeft, die het werk bespreken en analyseren.
Overgang basisprogramma naar academieprogramma
In principe doorloopt iedere student zonder toetsing de eerste twee basisjaren. In deze twee jaar krijgt de student in totaal zes werkbesprekingen en twintig lessen. In de laatste werkbespreking van het tweede basisjaar vindt een definitieve toetsing plaats. Voorafgaand aan deze werkbespreking wordt een evaluatievergadering belegd waarbij alle docenten aanwezig zijn, die in deze jaren les hebben gegeven en het werk hebben besproken. Tijdens dit evaluatiegesprek wordt gelet op materiaalbeheersing, artistieke visie, werkhouding, het functioneren in de lessen op de NAU en de ontwikkeling van het werk. Dit advies wordt overgenomen door de twee docenten die de laatste werkbespreking doen. Wel is het zo dat het advies kan veranderen als het werk dat de student tijdens de laatste werkbespreking laat zien daar aanleiding toegeeft. Het studieadvies wordt door de docenten tijdens de werkbespreking gemotiveerd. Bij een negatief studieadvies bestaat er geen mogelijkheid het basisprogramma over te doen.
Excursies
Twee keer per jaar wordt een dagexcursie georganiseerd naar een museum of belangrijke tentoonstelling.


